free bootstrap templates

Fred Eerdekens

Geen andere kunstenaar heeft zoals Fred Eerdekens op zulke authentieke en subtiele wijze het samengaan van licht, materiaal en taal onderzocht. Sinds drie decennia verkent hij het grensgebied en de schijngestalten van taal en beeld, de verrassende relaties van het visueel beeldende en de betekeniswaarde van de taal.

Zijn oeuvre vertoont zowel een grote eenheid als een ongelooflijke diversiteit aan vormen en een complexiteit aan beeld- en betekenisstrategieën. Inhoudelijk zijn er niet alleen de betekenissen die zich opdringen vanuit de relatie tussen woord en beeld, maar ook de betekenissen die de tekst buiten het werk projecteert naar de wereld van de ideeën, met - onder andere - verwijzingen naar het contextueel kijkgedrag, de psychische ervaring, de sociale context, de kunst en/of de vele valkuilen van de taal zelf. De ambiguïteit is in het oeuvre alomtegenwoordig. Alhoewel in de ensceneringen en installaties elk element zichtbaar en herkenbaar is en het geheel volgens een logische structuur is opgebouwd - niets is verborgen –, de vervreemding en de betovering maken er zich meester van. Het licht op de objecten werpt schaduwen die als alterego een eigen leven gaan leiden en het raadselachtige in de hand werken.

Op een ogenschijnlijk speelse manier verwoordt Fred Eerdekens het zinloze en het efemere: hij laat het licht vallen op onze onmacht om de zichtbare dingen en hun betekenissen decisief te vatten. Want het licht genereert tegenstrijdige begrippen, woorden spreken zich tegen en betekenissen keren zich om, omdat alles een keerzijde heeft.

Fred Eerdekens confronteert ons dus met de betrekkelijkheid van de perceptie - van wat wij zien en wat wij denken te zien. Zijn mentale stillevens vormen metaforen voor het onontwarbaar paradoxaal kluwen van ons begripsvermogen: ze spannen poëtisch relativerende valstrikken, die ironisch moraliserend zekerheden onderuit halen, want ze wijzen ons telkens weer op de dubbelzinnigheden van de illusie en de werkelijkheid, van het tastbare en het onvatbare, van schijn en waarheid.

© Florent Bex

Koen Vanmechelen

De Belg Koen Vanmechelen is een internationaal gerenommeerd, conceptueel kunstenaar. In zijn grensverleggende werk staat bioculturele diversiteit centraal. Rond dit thema werkte Vanmechelen de afgelopen tien jaar samen met wetenschappers uit verschillende disciplines. Deze grensoverschrijdende projecten leverden hem in 2010 een eredoctoraat op van de Universiteit Hasselt en de Golden Nica Hybrid Art in 2013.

Koen Vanmechelen is vooral bekend van zijn ʻCosmopolitan Chicken Projectʼ (CCP). Een uniek artistiek project dat hij eind jaren negentig lanceerde. In dit project staat de kip centraal en meer bepaald het kruisen van nationale kippenrassen tot ‘kosmopolitische kippen’. In 2014 wordt de 18e generatie binnen dit mondiale project geboren; de Mechelse Sulmtaler, een kruising van de Mechelse Styrian met adellijk bloed. Deze Mechelse Styrian werd een jaar eerder gepresenteerd op het Ars Electronica Festival in Linz, als het resultaat van de Mechelse Senegal en de Sloveense Styrian.

Vanmechelen gebruikt een palet aan media voor de realisatie van zijn oeuvre: van video, glas en innovatieve 3D-technieken tot installaties, schilder- en beeldhouwwerk. Dezelfde diversiteit kenmerkt ook de projecten die samen het werk van de kunstenaar uitmaken; het ‘Cosmopolitan Chicken Research Project’ (CC®P), zijn houten beeld ‘Cosmogolem’, het fertiliteitsproject ‘Walking Egg’ en het herdenkingsproject rond de eerste wereldoorlog ‘Combat’. Hun ondersteunende stichtingen werden in 2011 gegroepeerd in een nieuw instituut onder de naam ‘Open University of Diversity’.

Koen Vanmechelen presenteerde zijn werk op bijna alle continenten, van de VS tot China en Senegal tot IJsland. In België was hij al te gast in verschillende musea en andere locaties zoals de Verbeke Foundation, Watou, Museum M en Z33. Verder liepen er solo- en groepstentoonstellingen in onder andere National Gallery London, Victoria and Albert Museum (Londen), Museum Kunst Palast (Düsseldorf), Venice Projects (Venetië), Muziekgebouw aan ’t IJ (Amsterdam) en Pushkin Museum (Moskou).

Naast de Biënnale van Venetië was zijn werk ook te zien op die van Moskou, Dakar en Poznan, op de World Expo Shanghai 2010, de triënnale van Guangzhou, Manifesta 9 en op dOCUMENTA (13).Vanmechelen woont in de Limburgse gemeente Meeuwen-Gruitrode en is ereburger van zijn geboortestad Sint-Truiden.

Nick Ervinck

Door het cultiveren van een kruisbestuiving tussen het digitale en het fysieke, tast Nick Ervinck de grenzen tussen verschillende media af. Studio Nick Ervinck – in 2003 opgericht als een onderzoek- en designpraktijk – ontleent technieken van de nieuwe media om het esthetische potentieel en de veerkracht van beeldhouwkunst, animatie, installatie, architectuur en design te bestuderen. De studio maakt niet slechts autonome, geïsoleerde objecten, maar uit een bijzondere fascinatie voor de constructie van de ruimte, de fenomenologische beleving en belichaming ervan en de sculpturale inplanting. Studio Nick Ervinck geeft daarbij impulsen aan het ornament en koloniseert zodoende nieuwe virtuele of utopische territoria. Tijdens deze dynamische genese van de vorm smelten heterogene, strijdige concepten en paradigma’s samen tot één object, weliswaar bestaande uit gedifferentieerde deeltjes.

Nick Ervinck stelde onder meer tentoon in MOCA Shanghai, MARTa Herford, Kunstverein Ahlen, Buda Kortrijk, SMAK Gent, Zebrastraat Gent, HISK Gent, Odette Oostende, Superstories Hasselt, Koraalberg Antwerpen, M Leuven, Brakke Grond Amsterdam, MAMA Rotterdam, Biënnale Oklahoma en Telic Art Exchange Los Angeles/Berlin. In 2005 kreeg hij de Godecharle-prijs voor beeldhouwkunst en in 2006 won hij de Prijs Maïs van de stad Brussel evenals de prijs voor Beeldende Kunst van de provincie West-Vlaanderen. In 2008 ontving hij de publieksprijs voor nieuwe media van de stichting Liedts-Meesen en werd hij laureaat van de Rodenbach Fonds Award.


ARTIST STATEMENT

Ik ben altijd gefascineerd geweest door hoe kunst ontwikkelt door het toedoen van nieuwe materialen en technieken. Ontgoocheld door het gebrek aan vernieuwing in de beeldhouwkunst, richtte ik me tot architectuur, toegepaste wetenschappen en Nieuwe Media om een nieuwe vormentaal te ontwikkelen. Op dat kruispunt tussen architectuur en sculptuur ontstaat het onmogelijke en worden de grenzen van de representatie bijgesteld. De ontwerpen van de studio balanceren op de grens van functionaliteit, ruimtelijke interventie, digitale esthetiek en object georiënteerd eclecticisme.



Het gebruik van innovatieve 3D technologie stelt de studio in staat alle types van ingewikkelde geometrische of ornamentele patronen te produceren. Door het toepassen van copy-paste technieken in de virtuele omgeving, kan ik vormen en texturen ontlenen aan diverse bronnen: basilica’s, koralen, dinosaurussen, Rorschach inktvlekken, Chinese rotsformaties en bomen, manga, anatomie enz. Hoewel ik de 3D Max Software gebruik, zijn mijn ontwerpen met de hand gemaakt, zonder gebruik te maken van programmeren of algoritmes. Daarnaast zit mijn werk vol verwijzingen naar de traditie van de beeldhouwkunst (bijvoorbeeld naar Hans Arp, Henry Moore of Barbara Hepworth) en naar architectuur (denk aan Greg Lynn, die de blob als een constructief architecturaal principe introduceerde). Ik ben dan ook geboeid door hoe de computer kan bijdragen in de realisatie van nieuwe, organische en experimentele (negatieve) ruimtes en van sculpturen binnenin sculpturen. Ik focus daarbij op de spanning tussen blobs en boxes, die wordt gearticuleerd doorheen het digitale ontwerpproces.

Zowel organisch, geometrisch, vloeibaar en massief, demonstreren de gerealiseerde vormen de sculptuur als een cross-over, als een visuele hybride. Zwevend tussen High Tech en Low Tech, verwijzen ze zowel naar de klassieke sculptuur als naar de futuristische beeldtaal. Toch ben ik ervan overtuigd dat mijn werk zowel avant-gardistisch is (in het gebruik van de nieuwste technologie) en een historistische dimensie bevat (in de vele verwijzingen naar de

kunstgeschiedenis en het traditionele, manuele beeldhouwen). In tegenstelling tot puur computergegeneerde beelden lijden mijn ontwerpen niet aan amnesie.

Panamarenko

Panamarenko, artiestennaam van Henri Van Herwegen (Antwerpen, 5 februari 1940) is een Belgisch beeldhouwer.

Hij groeide op in Antwerpen en ging er studeren aan de Academie voor Schone Kunsten. Hij wordt beschouwd als een van de voornaamste Belgische beeldhouwers uit de tweede helft van de 20e eeuw.

Hij maakt veel assemblages die met vliegen te maken hebben. Zijn artiestennaam is trouwens een pseudoniem en een samentrekking van "Pan American Airlines and Company".

Voor 1968 leunde Panamarenko aan bij de popart, maar hij raakte al gauw in de ban van het vliegtuig en vliegen op eigen kracht. Op die manier ontstonden zijn schaalmodellen van talrijke imaginaire voertuigen, vliegtuigen, ballonnen en helikopters in alle mogelijke origineel-verrassende vormen. Het zijn evenveel varianten op de droom van het vliegen van de mythologische figuur Icarus. Of deze tuigen echt kunnen vliegen is deel van het mysterie en de aantrekkingskracht. Panamarenko laat ook bewust in het midden of die technologische experimenten ook echt werken.

Het is bijna onmogelijk om Panamarenko of zijn werk onder te brengen in een bepaalde stijl of stroming binnen de hedendaagse kunst. Door de combinatie van artistiek inzicht en technologisch experiment bezitten zijn spectaculaire constructies een vreemd soort schoonheid, tegelijk speels en indrukwekkend.

Wijlen conservator Jan Hoet besteedde bijzondere aandacht aan deze kunstenaar, in het Gentse SMAK-museum. “Panamarenko kan zowel een kunstenaar als uitvinder genoemd worden. Hij vond zichzelf meer een ingenieur dan een kunstenaar” zei Jan Hoet ooit.

Peter Decupere

Ik gebruik geur als concept en / of context van mijn werk. Mijn interesse om geur als een volwaardig medium te gebruiken bij het creëren van kunstwerken is gegroeid vanuit mijn liefde voor de natuur. In de natuur vindt men fantastische geuren terug die ook andere functies hebben dan geurherkenning van een bepaalde plantensoort.Geuren trekken aan, kunnen afstoten en waarschuwen.

Geuren zijn dus betekenisdragers die hoofdzakelijk instinctieve boodschappen overbrengen. Geuren roepen zo ook herinneringen op bij het waarnemen van reeds kleine deelelementen en zijn in dit opzicht een hulpmiddel bij het oproepen van opgedane kennis of situaties. Zonder geur zouden we een vrij saai leven hebben. Het genot van het eten zou sterk verminderen en ons libido zou niet meer dezelfde ervaring teweegbrengen. Ondanks dat geur als een minderwaardig zintuig werd ervaren, wordt ze nu juist meer aanvaard. Ook in de kunstwereld is er een stroming op gang gekomen waarbij geur als medium evenwaardig wordt als het visuele en auditieve.

Ik wil de toeschouwer via geur bewust maken van de situatie waarin hij leeft; ‘Een wereld zo vergrijsd door vervuiling’. Planten verliezen hun kleurintensiteit. We ademen minuscule stofdeeltjes in die zelfs onze neushaartjes niet kunnen tegenhouden. We sterven langzaam uit door onze eigen vervuiling. Daarnaast neemt de groei van de mensheid toe. De grote vraag is dan ook wat doen we eraan en waar gaan we naartoe?

In mijn werk denk ik filosofisch na over deze vragen. Ik doe voorstellen. Deze voorstellen komen soms futuristisch over, maar zijn ook niet onmogelijk. Ze zijn met de huidige technologische evoluties creatieve oplossingen mbt onze toekomstige problemen. Hierin zie ik gentechnologie als een belangrijk onderdeel. Ik ben geen voorstander van knoeien met de natuur, maar gezien onze wereldevolutie zullen we er ook geen stop op kunnen zetten. We kunnen het aldus beter juist doen dan met scepticisme er tegenin te gaan. En misschien geven mijn denkbeeldige toekomstmogelijkheden een discours om juist meer na te denken over wat we nu kunnen doen en niet in de toekomst moeten doen. Hiervan zijn mijn ‘Brewery Flowers’ een mooi voorbeeld van hoe we via genetische modificatie in de toekomst bier kunnen brouwen waarbij we streven naar een zo natuurlijk mogelijk product.Via gistingsprocessen die rechtstreeks in de plant plaatsvinden maken we een zalig biertje dat voldoet aan Belgische kwaliteitsnormen. De planten zijn grote natuurfabrieken die qua oppervlakte minder plaats zullen innemen tov de normale nodige oppervlakte. Tevens groeien deze planten jaar op jaar en wordt de productie ook groter om zo nog meer tegemoet te komen aan de toenemende populatiedichtheid. Deze plant, of eerder gezegd deze bloem is zowel (geur)producent als ideaal van schoonheid.

Een bloem, - maar spreek liever van het Engelse woord ‘Flower’ omdat hier het woord ‘Flow’ in zit, is voor mij een begrip. Ik zie dit begrip als een hoorn schreeuwend naar de samenleving. Een metamorphose voor een opening naar buiten toe. Zo kan ook een gat in de grond of een gat in de muur dat een geur afgeeft ook een ‘Flower’ voor mij zijn. Net zoals een verluchtingssysteem, een auto uitlaat of een fabrieksschoorsteen ‘Flowers’ kunnen zijn. Maar zelfs de klieren in de huid van een lichaam, de haren van de oksel, en zelfs geslachtsdelen kunnen zo ook worden gezien als ‘Flower’ in de betekenis van een metamorfose. Als men het begrip ‘Flower’ op deze manier kan ervaren, dan zal men begrijpen dat dit idee nauw verwant is aan de relatie tussen maatschappij en cultuur.

Mijn werk bestaat er dus voornamelijk in om de toeschouwer eerst geurbewust te maken om zo via geur ook context toe te voegen. Geur kan hierbij als concept gebruikt worden, maar ook de context an sich zijn. Naast geurconcepten rond klimaatproblemen maak ik ook ‘Smell Devices’ waarvan o.a. de Blind Smell Stick ( www.blindsmellstick.com) een voorbeeld is. Daarnaast ben ik de uitvinder van de Olfactiano (www.olfactiano.com) , de eerste geurpiano ter wereld. Ik onderzoek ook geur als beeldend element via diverse geurinstallaties en geurschilderijen. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de ‘Invisible Scent Paintings’ waarbij geur via scratch & sniff op de muur aangebracht wordt. Na het lezen van de titel van het schilderij kan men over het onzichtbare schilderij wrijven en de geur waarnemen. Hierbij geeft geur dan een nieuwe context aan de gelezen titel.
Voor meer info :www.peterdecupere.net

Sergey Dozhd

Sergei Dozhd, geboren in 1965 in Rusland is een hedendaagse kunstenaar.

Hij is werkzaam in verschillende kunstvormen, waaronder schilderen, installaties en beeldende kunst waarbij hij op zoek gaat naar de innerlijke psychologische processen van artistieke creaties, beter gekend onder de naam “Psy Art” of “Psychedelic Art”, de psychedelische kunst.

Deze term verwijst naar de culturele beweging en de kunst uit de tweede helft van de jaren 60 van de 20ste eeuw. Deze stroming had een internationale reikwijdte, maar floreerde voornamelijk aan de Amerikaanse Westkust. De beweging propageerde onderzoek van het onderbewuste door middel van drugs, zintuiglijke begoocheling, en volledige onderdompeling van de zintuigen.

Dozhd geeft in zijn zoektocht naar een nieuwe artistieke taal het begrip “abstract” een nieuwe betekenis. Abstracte kunst is een richting binnen de moderne kunst waarin niet altijd wordt geprobeerd om objecten uit de natuurlijke wereld weer te geven en er geen zaken uit de reële wereld hoeven te zijn afgebeeld. Er kunnen onderliggende principes zichtbaar gemaakt met vormen en kleuren, ritmes en contrasten.

Dozhd maakt complexe multi-dimensionale composities waarbij hij geometrische, amorfe en figuratieve elementen met elkaar combineert om op die manier tot een nieuwe kunstvorm te komen, die hij als een superlatief van de abstracte kunst beschouwt en daarom “over-abstractie” heet.

Dozhd is vooral gekend om zijn schilderijen waarin hij geometrische lagen bouwt, waarbij hij gebruik maakt van cirkelvormige, driehoekige en kubus motieven waarmee hij een beeld creëert dat ons doet denken aan de kosmos en het transcendentale, dus het buiten-zintuiglijk waarneembare of het goddelijke.

De kunstenaar zijn nieuwe benadering van de erfenis van Kazimir Malevich en het Suprematisme heeft ervoor gezorgd dat hij in vele collecties van verzamelaars van Hedendaagse Kunst te vinden is. Sergey Dozhd's werken zijn in verschillende belangrijke collecties te vinden waaronder het Russiche Museum voor Fijne kunsten (Sint-Petersburg), het Museum van Russische Kunst (Jersey, USA) en het Hedendaagse Kunst Museum in Bejing, China.

Ulrike Bolenz

De Duitse kunstenaar, Ulrike Bolenz, die sinds lang in België leeft en de drie landstalen machtig is, past goed in het idee van het positief tonen van het feminiene zonder het mysterie van het finaal onkenbare andere prijs te geven. Via chemisch vervaardigde materialen maakt ze transparante vlakken die ruimtelijk eerder aansluiten bij de sculptuur en bij de installatie. Ze vertrekt van foto’s die afkomstig zijn van videostills zodat ze het geschikte beeld goed kan bepalen. Het fotografische confronteert ze vaak met het tegengestelde, de wild gekrabbelde schets waardoor er een boeiend contrast ontstaat.

Het zijn zelden vrolijke foto’s. Ze heeft immers vooral oog voor de verscheurdheid van de wereld, voor de tragiek die eruit bestaat dat de mooie kant van het leven onvermijdelijk gepaard gaat met de lelijke. Het vliegen geeft risico op vallen. Dat weten we sinds het Icarus verhaal. Overigens een terugkerend thema in haar werk. De vlucht, de toekomst; de val, de dood en tussenin de overmoed. Maar er zijn veel voorbeelden van concepten die na een kleine verschuiving een grote verandering teweegbrengen en in een nadeel doen omdraaien. De kracht, de vrijheid; de macht, de beroving ervan en tussenin het misbruik.

Deze problematiek toont ze via de voorstelling van mannenlichamen die deze dubbelzinnigheid uitdrukken. In scherp contrast hiermee staan haar vrouwelijke naakten. Hier geen machtsvertoon, maar ingetogenheid. De vrouw transplanteert haar psyche, haar ziel, op de huid. Behalve zichtbaar wordt die innerlijke wereld aldus ook streelbaar. Althans zo blijkt het. Deze betekenis van de intimiteit wordt nog brozer doordat tevens de gedachte aan de vergankelijkheid opgeroepen wordt. Hier lijken de vleugels minder het vliegen dan wel de kwetsbaarheid te suggereren.

In de artikels die over het werk van Ulrike Bolenz verschenen zijn, wordt er geregeld gezegd dat haar naakten niet erotisch zijn. Kunstcritici mogen veel, maar een oordeel vellen over de erotische dimensie van een beeld is zeker hun taak niet. Het is hier niet de plaats om het lijstje van de seksuele perversiteiten te citeren, maar meer nog dan over smaak valt over het erotische niet te redetwisten. Wat wel juist is, is dat Bolenz het naakt niet misbruikt om het erotisch expliciet te maken. Dit past overigens niet in haar stijl waarin ze poogt zo expressief mogelijk te zijn, zonder expressionist te worden.

Tekst : Willem Elias

Sarah Fabergé

Sarah Fabergé (Engeland, 1958) is de enige dochter van Theo Fabergé. Zij ontwerpt kunstobjecten, juwelen en uurwerken onder de naam St. Petersburg Collection.

Sarah Fabergé is de achterkleindochter van Peter Carl Fabergé. Via haar vader Theo Fabergé kwam zij in contact met het werk van haar overgrootvader Carl Fabergé. Vanaf 1994, na studies in design en zilversmederij creëerde zij haar eigen designs voor de St. Petersburg Collection. In maart 2004 werd Sarah Fabergé met haar zoon Joshua uitgenodigd in Sint-Petersburg. Met een officiële ontvangst in de Hermitage, het Mariinski Theater, en een groots evenement in het prestigieuze Hotel Astoria, werd de opening gevierd van een kunstgalerij gewijd aan het werk van Sarah en haar vader, Theo Fabergé. Sarah's creatie 'Neva Egg' is permanent tentoongesteld in het St Petersburg City Museum.